Textiel is overal om je heen, van de trui die je draagt tot het laken waaronder je slaapt. Toch staan de meeste mensen er zelden bij stil hoe breed dit begrip eigenlijk is. Stoffen en vezels spelen een rol in bijna elk onderdeel van het dagelijks leven. En de manier waarop ze worden gemaakt, gebruikt en weggegooid heeft grote gevolgen voor mensen en de aarde.
Wat valt er allemaal onder textiel
Kleding is het eerste waar mensen aan denken, maar de wereld van weefsels en vezels gaat veel verder. Beddengoed, gordijnen, vitrage, meubelstoffen en het stoffen gedeelte van vloerbedekking vallen er ook onder. Zelfs de bekleding van een bank of autostoel telt mee. Textiel wordt gemaakt van vezels, die kunnen worden gesponnen tot garen en vervolgens geweven of gebreid tot stof. Die vezels zijn soms van nature aanwezig, zoals katoen, wol of linnen. Andere vezels worden kunstmatig gemaakt, zoals polyester of nylon. Het verschil tussen deze soorten merk je aan de hand van hoe de stof aanvoelt, hoe warm hij houdt en hoe lang hij meegaat.
De productie van stoffen en de gevolgen daarvan
Bij de productie van kleding en andere weefsels komen veel verschillende stappen kijken. Boeren verbouwen gewassen zoals katoen, fabrieken spinnen garen en machines weven of breien de uiteindelijke stof. Daarna worden kleurstoffen en andere chemische stoffen gebruikt om het materiaal de gewenste kleur en structuur te geven. Die chemische stoffen kunnen schadelijk zijn voor mens en milieu als ze niet goed worden verwerkt. In landen waar arbeidsomstandigheden minder streng worden gecontroleerd, komen gevaarlijke stoffen soms terecht in het grondwater of de lucht. Dat is een van de redenen waarom er in Europa regels zijn voor de veiligheid van stoffen die verkocht worden. De Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit controleert of bedrijven zich aan die regels houden en waarschuwt consumenten als er onveilige producten in de winkel liggen.
Wassen, dragen en weggooien: de levensduur van je kleding
Een kledingstuk gaat gemiddeld veel korter mee dan vroeger. Dat heeft te maken met de opkomst van goedkope, snel geproduceerde mode waarbij kleding na een seizoen al verouderd lijkt. Toch is er winst te halen door bewuster om te gaan met wat je al hebt. Kleding die je niet meer draagt, kan worden ingeleverd bij een textielbak. In zo’n bak horen naast kleding ook schoenen, gordijnen en beddengoed. Spullen die nog in goede staat zijn, worden doorverkocht via kringloopwinkels. Materialen die te beschadigd zijn om te dragen, worden soms gebruikt als poetsdoeken of worden geshredderd en verwerkt tot isolatiemateriaal. Op die manier blijven de vezels nuttig, ook als het kledingstuk zelf niet meer te redden is. Wat er niet in een textielbak hoort, zijn natte of vuile spullen, matrassen en tapijt, omdat die de kwaliteit van het ingezamelde materiaal bederven.
Duurzamer omgaan met kleding en stoffen
Steeds meer mensen kiezen voor tweedehands kleding of voor merken die transparant zijn over hoe hun producten worden gemaakt. Dat is een bewuste keuze die invloed heeft op de vraag naar nieuw geproduceerde stoffen. Repareren is een andere manier om de levensduur van een kledingstuk te verlengen. Een scheur naaien, een knoop vastmaken of een broek laten vermaken kost weinig maar scheelt een hoop grondstoffen. Wie nieuwe kleding koopt, kan letten op certificeringen die iets zeggen over de productieomstandigheden of het gebruik van chemische stoffen. Keurmerken op het etiket geven soms informatie over de herkomst van de vezels of de manier waarop arbeiders zijn betaald. Het etiket vertelt ook de samenstelling van het materiaal, wat handig is bij het wassen en bij het sorteren van afval.
Veelgestelde vragen
Welke spullen horen in een textielbak?
In een textielbak horen kleding, schoenen die aan elkaar zijn gebonden, gordijnen, vitrage en beddengoed. Spullen die er niet in thuishoren zijn matrassen, tapijt en natte of vuile kleding. Die worden apart ingezameld of horen bij het restafval.
Hoe weet ik of een kledingstuk veilig is?
Of een kledingstuk veilig is, is te controleren aan de hand van het etiket. Daarop staat de samenstelling van de stof. De Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit controleert of kleding en andere stoffen in de winkel voldoen aan de wettelijke eisen en publiceert waarschuwingen als dat niet het geval is.
Wat is het verschil tussen natuurlijke en synthetische vezels?
Natuurlijke vezels komen uit de natuur, zoals katoen van de katoenplant, wol van schapen en linnen van de vlasvlant. Synthetische vezels worden gemaakt van chemische stoffen in een fabriek, zoals polyester en nylon. Natuurlijke vezels zijn meestal ademender, synthetische vezels zijn vaak goedkoper en gaan langer mee zonder te slijten.
Wat gebeurt er met kleding die te beschadigd is voor hergebruik?
Kleding die te beschadigd is om te dragen, wordt niet weggegooid maar opnieuw verwerkt. De vezels worden geshredderd en kunnen worden gebruikt als vulmateriaal, isolatie of industriële poetsdoeken. Op die manier blijft het materiaal nuttig, ook als het kledingstuk zelf niet meer te dragen is.



