Een trap moet minimaal 70 centimeter breed zijn voor een traplift. Dat is de ondergrens die de meeste trapliftspecialisten aanhouden. Is jouw trap breder, dan is er doorgaans geen probleem. Is de trap smaller dan 70 cm, dan wordt plaatsing lastig of onmogelijk.
Wat betekent die 70 centimeter precies?
De 70 cm geldt voor de vrije breedte van de trap, dus de ruimte tussen de twee wanden, of tussen de wand en de leuning. Het gaat niet om de breedte van een eventuele trapleuning of het gehele trapgat, maar om de bruikbare loopruimte op de trap zelf.
Een traplift neemt een deel van die breedte in beslag. De stoel en de rail nemen aan één zijde van de trap ruimte in. Op een trap van precies 70 cm blijft er dan nog een smalle doorloopruimte over voor anderen. Hoe breder de trap, hoe comfortabeler dat wordt voor iedereen in huis.
Hoeveel ruimte houdt een traplift over op de trap?
Een trapliftstoel is in ingeklapte stand (met het voetenbankje omhoog) doorgaans zo’n 30 tot 40 centimeter breed. De rail aan de wand neemt ook een paar centimeter in. Op een trap van 70 cm blijft er dus in de praktijk nog zo’n 30 centimeter vrije doorgang over. Dat is krap, maar voor één persoon te doen. Op een trap van 90 cm of breder is de doorgang comfortabeler en kun je ook met een looprekje of rollator langs de stoel.
Staat de traplift geparkeerd bovenaan of onderaan de trap (wat normaal het geval is als de lift niet in gebruik is), dan is de hele tredbreedte gewoon beschikbaar. De beperkte doorgang speelt alleen een rol als de lift midden op de trap staat.
Wat als jouw trap smaller is dan 70 cm?
Bij een breedte onder de 70 centimeter zijn de meeste standaard trapliften niet meer te plaatsen. De rail past dan niet meer goed aan de zijkant, en de stoel kan de andere wand of leuning raken. In uitzonderlijke gevallen zijn er smalle of maatwerk-oplossingen, maar die zijn zeldzamer en duurder. Het is slim om dit altijd te laten opmeten door een specialist, want een paar centimeter kan het verschil maken.
Meet zelf de breedte op meerdere punten van de trap. Trappen zijn niet altijd overal even breed, zeker bij trappen met een bocht of verjonging bovenaan. Gebruik een rolmaat en meet zowel onderaan, halverwege als bovenaan.
Andere maatvoering om te controleren voor een traplift
Naast de breedte zijn er nog twee maten die bepalen of een traplift past:
- Vrije hoogte boven de trap: Dit is de ruimte tussen een traptrede en het plafond of de overloop erboven. Er is voldoende hoogte nodig zodat je rechtop zittend de lift kunt gebruiken zonder te stoten. In de meeste Nederlandse woningen is dit geen probleem, maar bij oudere of afwijkende trappen loont het om dit te controleren.
- Helling van de trap: Een hele steile trap (meer dan 50 graden) kan beperkingen geven voor sommige lifttypes. De meeste trapliften werken goed op hellingen tot 45 graden, wat gebruikelijk is in oudere Nederlandse woningen.
Als je twijfelt of jouw trap breed genoeg is, laat dan een vrijblijvende inmeting doen. Trapbreedte, hoogte en helling worden dan tegelijk gecheckt, zodat je een compleet beeld krijgt voordat je een beslissing neemt.
De minimale breedte van 70 centimeter is in de meeste gevallen haalbaar, ook in oudere Nederlandse rijtjeshuizen. Is jouw trap ruimer, dan is er zelden een probleem. Is het krapper, vraag dan altijd een specialist om te beoordelen of er toch een optie is, want maatwerk is niet bij voorbaat onmogelijk.



