Een rollator gebruik je door hem voor je uit te duwen terwijl je rechtop loopt, met je handen losjes op de handvatten en je armen licht gebogen. Dat klinkt eenvoudig, maar er zit meer achter dan je denkt. De juiste instelling, een goede looptechniek en weten hoe je veilig een stoep op en af gaat, maken het verschil tussen prettig lopen en vallen.
Hoe gebruik je een rollator: de basishouding
Stel eerst de hoogte van de handvatten goed in. Ga rechtop staan met je armen langs je lichaam. De handvatten moeten op de hoogte van je polsen uitkomen. Staan ze te laag, dan hang je voorover en belast je je rug. Staan ze te hoog, dan duw je de rollator eerder dan dat hij je steunt.
Houd de rollator tijdens het lopen vlak voor je, niet ver voor je uit. Een veelgemaakte fout is de rollator te ver weg te duwen, waardoor je voorover leunt en je evenwicht verliest. Zorg dat de rollator altijd binnen een stap afstand blijft. Duw hem niet verder dan een halve meter voor je uit.
Loop met kleine, gelijkmatige stappen. Zet je voet goed neer, hiel eerst. Kijk niet naar de grond maar recht voor je uit, zodat je houding oprecht blijft.
Zitten en opstaan met een rollator
Wil je gaan zitten op de zitting van de rollator? Knijp dan eerst de remmen in zodat de rollator vastzit. Draai je vervolgens om, zodat je ruggen naar de zitting staat. Voel met de achterkant van je benen of de zitting er is, en ga dan gecontroleerd zitten. Laat je niet zomaar vallen. Ga pas op de zitting zitten als de rollator stil staat en de remmen vast zijn.
Opstaan gaat in omgekeerde volgorde. Schuif naar het randje van de zitting, zet beide voeten stevig op de grond en duw jezelf omhoog met je handen op de handvatten. Houd de remmen ingeknepen totdat je stabiel staat.
Een stoep op en af met een rollator
Een stoep of drempel is een van de lastigste situaties. De aanpak verschilt per richting.
Stoep op:
- Rijd de rollator tot aan de stoeprand.
- Knijp de remmen in zodat de rollator niet wegrijdt.
- Til de rollator op de stoep en zet hem neer.
- Stap daarna zelf op, eerst met je sterkste been.
- Breng je andere been erbij.
Stoep af:
- Rijd de rollator tot aan de stoeprand en knijp de remmen in.
- Zet een kleine stap naar achteren en kantel de rollator iets naar achteren.
- Zet de rollator voorzichtig de stoep af en laat hem op de grond zakken.
- Stap zelf de stoep af, eerst met je zwakste been, daarna met het andere been.
Ga nooit met de rollator voor je aan een stoep naar beneden. De rollator rolt dan weg en je verliest je steun.
Remmen: wanneer en hoe
Een rollator heeft twee soorten remmen. De parkeerrem vergrendelt de wielen helemaal. Die gebruik je als je stilstaat, gaat zitten of opstaat. De looprem (ook wel handrem) vertraagt de rollator terwijl je loopt. Die gebruik je op hellingen of als de ondergrond glibberig is.
Loop nooit met de remmen ingeknepen. Dat voelt misschien veiliger, maar het dwingt je om de rollator op te tillen bij elke stap, wat je vermoeit en je houding verslechtert. Vertrouw op de remmen als het nodig is, maar laat ze los als je normaal loopt.
Veelgemaakte fouten bij het gebruik van een rollator
- De rollator te ver voor je uitduwen. Je leunt dan voorover en verliest je houvast.
- Hangen op de rollator in plaats van lopen. Een rollator is een loophulpmiddel, geen steunpilaar om op te leunen. Gebruik hem om je evenwicht te bewaren, niet om je gewicht op te dragen.
- Verkeerde hoogte-instelling. Check dit elke paar maanden opnieuw, zeker na aanpassingen of bij wisselende gebruikers.
- Binnen lopen zonder remmen te checken. Op gladde vloeren, zoals tegels of parket, is het extra belangrijk dat de remmen goed werken.
- Tas aan de handvatten hangen. Dit verschuift het gewicht en maakt de rollator onstabiel. Gebruik de mand of tas die aan de rollator zit voor spullen, en hang nooit iets aan de handvatten.
Op verschillende ondergronden
Op straatstenen, gras of een licht hellend pad vraagt een rollator extra aandacht. Kies voor een rollator met iets grotere wielen als je veel buiten loopt. Grotere wielen (diameter van 20 cm of meer) rijden makkelijker over klinkers en drempels dan kleine wielen van 12 tot 15 cm. Binnen werken kleine wielen juist prima en is de rollator makkelijker te manoeuvreren in smalle gangen.
Op een helling knijp je de looprem gedeeltelijk in zodat de rollator niet versnelt. Ga nooit een steile helling af met een rollator zonder de remmen te gebruiken.
Een rollator gebruik je het veiligst als de instelling klopt, je rechtop loopt en je de remmen goed beheerst. Oefen de stoep-techniek in een rustige omgeving voordat je het druk op straat probeert. En laat een ergotherapeut of fysiotherapeut de instelling controleren als je twijfelt; zij kunnen ook je looppatroon bekijken en advies geven dat is afgestemd op jouw situatie.



